Buurtcentra blijven actueel

Buurthuizen en speeltuinen zijn niet weg te denken uit de stad. Deze ontmoetingsplaatsen in de wijk bestaan al jaren, maar hun geschiedenis blijkt niet vanzelfsprekend. In de gemeente Groningen zijn meer dan duizend vrijwilligers actief bij de buurthuizen en speeltuinen. De centra kunnen in totaal wekelijks rekenen op bijna 20.000 bezoekers. „Met al deze mensen zouden we de Euroborg kunnen vullen”, zegt voorzitter Jouke de Jong (61) van Buurtcentra Besturen Overleg Groningen (BBOG). „Buurtcentra zijn dus springlevend.” Samen met secretaris Derk Jaap Bessem (71) volgt hij alle ontwikkelingen.

In Groningen ontstond het buurtwerk tijdens de jaren ‘60 en ‘70. In die tijd gingen steeds minder mensen naar de kerk, waardoor veel kerkelijke activiteiten wegvielen. Om toch activiteiten te organiseren voor de buurt, richtten wijkbewoners buurtcentra op. „Dat particulieren dit hebben opgepakt, is bijzonder”, vertelt Derk Jaap Bessem. „In veel andere steden zijn de buurthuizen opgericht vanuit het welzijnswerk. Een ambtenaar is dan verantwoordelijk voor het beheer van het pand.”

Mentaliteit
Hier zijn het vooral de wijkbewoners, die sociale en culturele activiteiten organiseren voor jong en oud. Zoals sjoelen, een cursus of een kaart-avond. Waar nodig wordt een betaalde kracht ingeschakeld. Van een 9-5 mentaliteit lijkt in Groningen geen sprake: een buurtcentrum is per week al gauw zo’n tachtig uur geopend en dat betekent dat vrijwilligers ook ‘s avonds beschikbaar zijn.

Telkens ligt de focus op de leefbaarheid en sociale samenhang in de buurt. Door samen een activiteit te ondernemen, komt een gesprek op gang en wordt duidelijk wat er speelt in de wijk. In of rondom een buurthuis is een netwerk beschikbaar, waar omwonenden een beroep op kunnen doen. Het WIJ-team – jeugdwerkers, opbouwwerk of maatschappelijk werk – is nooit ver weg.

Mogelijkheid
Het draait in een buurtcentrum dus niet alleen om de activiteit, maar vooral om de ontmoeting. Wijkbewoners krijgen de mogelijkheid om hun kennis en ervaringen met elkaar te delen. „Natuurlijk kun je een wijk ingaan en bij iedereen aanbellen om te vragen hoe het gaat,” zegt Jouke de Jong, „maar de kans is groot dat je dan geen antwoord krijgt op die vraag. Een laagdrempelige plek waar mensen zelf naartoe kunnen gaan, werkt beter”.

Bij de BBOG zijn op dit moment bijna twintig locaties aangesloten. De verwachting is dat dit aantal gaat toenemen, omdat de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer worden samengevoegd. Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht is een promotieboek gemaakt: ‘Waar de wijk de ruimte heeft’. Dit boek hebben Jouke de Jong en Derk Jaap Bessem op 1 oktober aangeboden aan wethouder Roeland van der Schaaf van de Partij van de Arbeid.

Gemeentebestuur
Derk Jaap Bessem: „Voor dit boek hebben wij een overzicht gemaakt van achttien verschillende wijk- en buurtcentra. Wat zijn de mogelijkheden en wat is er?” De BBOG wil aan het huidige en het toekomstige gemeentebestuur laten zien wat het sociaal-cultureel werk in Groningen betekent. Met een historie van bijna vijftig jaar zijn er veel ontwikkelingen geweest.

Vooral de jaren ‘80 waren roerig door de wijkvernieuwing in de stad: veel mensen wisten toen de buurthuizen te vinden. Tegenwoordig willen de buurtcentra nog steeds alle bezoekers zo gastvrij mogelijk ontvangen en aansprekende activiteiten organiseren. Die laagdrempeligheid lijkt al jaren vanzelfsprekend, maar dat blijkt ook de grootste uitdaging doordat de kosten toenemen.

De Jong en Bessem zetten zich in om de buurtcentra ook in de toekomst onder de aandacht te brengen. De Jong: „We zijn ervan overtuigd dat welzijn zorg kan voorkomen. Mensen groeien wanneer ze samen activiteiten organiseren. Met die gedachte sluiten wij aan bij de huidige ontwikkelingen in de zorg. Eigenlijk zijn buurtcentra hartstikke hip.” De wijk- en buurtcentra willen een vertrouwde plek blijven in de Groningse wijken.

Lees het artikel in de gezinsbode.

Sluit Menu